Zoals ’t Pallieterke een eigen “hofdichter” heeft, zo heb ik een eigen “blogdichter”. Een van mijn Ieperse leden bezit de gave om sporadisch eens in de pen te kruipen om een mooi gedicht neer te schrijven. Ik was vereerd toen ik de toelating kreeg deze op mijn blog te plaatsen. Vandaag geef ik jullie een eerste gedicht met als titel “een gebreide wolkentrui”. Heel toepasselijk wanneer ik nu naar de grijze wolken kijk…

*Gisteren waren de straten en daken wit

en langwerpige scherpfijne sporen deden mij denken

aan een grote vogel die gepoogd had te langlaufen

doorheen mijn witte grasmat, om dan over de oprit

te verdwijnen naast mijn woonst.

*Wat is een winterlandschap wonderschoon

met haar witte deken, aaneengebreid door gevallen steken

uit een wolkentrui. Om als vlokken uit de hemel te dwarrelen

en zich zachtjes neer te vleiden op de grauwe grond.

*Vandaag was er geen spoortje wit meer.

Wie had die weggenomen??

*Nu kan ik geen langwerpige sporen meer zien,

en ook geen andere, want hoe kan ik nu weten

welke sporen nóg naar mij huis leidden

daar ze samen met het witte tapijt verdwenen zijn?

*Ik vind de wereld vandaag ineens niet mooi meer.

Niet meer romantisch, niet meer maagdelijk blank

maar weer grauw. Grauw als het hedendaagse leven

dat de mensen grauw laat kijken, grauw laat lijken

en grauw doet peinzen…

*Ik wou dat het nog één keer sneeuwen kon:

zo’n dik smetteloos wit tapijt, zich vleiend

over de voetpaden en straten, over de bomen

en de mensen, over de daken van kerken en huizen,

als een winterse omhelzing die niet té lang duren mag…