Met dank aan Hector Van Oevelen (hofdichter van ’t Pallieterke) voor volgend gedicht met als titel:

FEIT NATIONAL

1/Mijn vaderland, dit apenland, viert feest

Met trikoloor vertoon, met vorst en kardinaal.

Jij, flinke vaderlander die dit leest,

Vier mee want ’t is wellicht de laatste maal

2/In deze tijd van onverschilligheid

gaat ’t unitair gevoel met sprongen achteruit.

Ten koste van het Nationale Feit.

De Vlaamse onafhankelijkheid wordt ingeluid.

3/Daarom dient heden heerlijk feest gevierd

en heffe men geëxalteerd ’t Te Deum aan

ter ere van de vorst die ons bestiert

alsof hij levenslang niks anders had gedaan.

4/Hef aan la Brabançonne van noord tot zuid!

Voor wie de tekst niet kent, ’t is simpel: pop pon pon

of la la la; je flapt er maar wat uit.

Hoe klonk het van die ezel weer die iets niet kon?

5/Wij vieren ’t Nationale Feit let stijl,

met blik beladen Weerstand op de eerste rij.

De driekleur ter versiering van een dweil

Die dienen kan als voetveeg, inspireerde mij.

6/’k Geraak het beeld van deze dweil niet kwijt.

Als ik een huis voorbij ga waar een driekeur hangt,

Betrap ik mij erop en zonder spijt,

Dat mijn bedorven geest ze door een dweil vervangt.

7/Ik schaam me dood en vraag terstond pardon,

al was het maar om met de mode mee te gaan.

Het bonst nog in m’n hoofd van pon pon pon

wanneer m’n muze zegt:” Geef die dweil eens aan”.

8/Ik sis haar toe:” Jij brengt mij op de dool

en voor een muze vind ik dat gebrek aan stijl.”

“Maar nee”, kirt zij, “ik zie dit als symbool:

de Vlaming in dit land als…uitgewrongen dweil.”